Het gaat niet zo goed met Benfica. De roemruchte voetbalclub uit Lissabon greep de laatste paar jaar naast de Portugese titel. De komst van succescoach José Mourinho aan het begin van dit seizoen heeft daar nog weinig aan kunnen veranderen. De ster van de Special One lijkt sowieso wat gedoofd na minder geslaagde avonturen bij achtereenvolgens Tottenham Hotspur, AS Roma en Fenerbahce. In de nationale competitie moeten de águias (adelaars) voorlopig hun eeuwige rivalen, de leeuwen van stadsgenoot Sporting en de draken van Porto, voor zich dulden.
Internationaal gaat het nog een stuk slechter. Na vier wedstrijden in de Champions League staat Benfica puntloos op plaats 35 van de 36. Op 36 staat Ajax. Die gaat helemaal niet goed, maar dat is een ander verhaal.
Op zaterdag 8 november stonden de sportresultaten even in de schaduw. De dag stond in het teken van de verkiezingen van de nieuwe clubvoorzitter. In de meeste sportclubs is dat een schimmige interne affaire, maar Benfica is eigendom van zijn meer dan 250.000 sócios en die mogen hun zegje doen. 8 november markeerde het slotstuk van een maandenlange campagne met interviews en live TV-debatten op alle belangrijke Portugese zenders, al met al een gebeuren dat nogal wat politieke verkiezingen deed verbleken.
Vijf uitdagers namen het op tegen Rui Costa, de huidige voorzitter en ooit gevierd spelmaker van Benfica, Fiorentina en AC Milan. Er waren in totaal twee stemrondes nodig. In de eerste ronde, twee weken eerder, hadden ruim 85.000 leden hun stem uitgebracht, uit alle hoeken van de wereld. Nu waren het er zelfs nog meer, 93.891 om precies te zijn: een opkomst rijp voor het Guinness Book of World Records en een achterban om jaloers op te zijn.
Rui Costa heeft gewonnen en is herkozen. In de vroege ochtend van zondag 9 november werd zijn huis belegerd door journalisten en fotografen, in afwachting van zijn acceptatiespeech die hij om half zeven, nog voor het ontbijt, zou afsteken. De happening beheerste alle media in Portugal.
Het typeert de voetbalgekte hier. Die is terug te voeren tot het “Três F”-motto van het Salazarbewind. Met Fado, Fátima en Futebol moest het volk beziggehouden worden, en vooral: afgeleid van de politiek.

(Afbeelding: Maciej Rogowski via Alamy Stock Photo)
Zoveel aandacht als er is voor voetbal, zo bekaaid komen de andere sporten vanaf. Het verklaart waarom meer dan een eeuw onafgebroken deelname aan de Olympische Zomerspelen welgeteld zes gouden medailles heeft opgeleverd, 32 plakken in totaal, op de Winterspelen werd nog nooit eremetaal gewonnen. Met net zoveel inwoners heeft België meer dan vijf keer zo veel medailles behaald.
Als je aan Portugese klasbakken in de sport denkt die niet Eusébio of Ronaldo heten en die verder niet aan voetbal doen, kom je al snel uit bij Rosa Mota, de marathonloopster. Ook als zestigplusser heeft “a nossa Rosinha”, zoals ze liefkozend door haar landgenoten genoemd wordt, de afgelopen jaren nog volop records in haar leeftijdscategorie aangescherpt. Naar haar is dan ook de belangrijkste sport- en evenementenhal van Porto genoemd.
In Lissabon zit de stemming er zondagochtend intussen goed in. Rui Costa durft in zijn speech die andere geuzennaam weer in de mond te nemen, O Glorioso. De vonk slaat alleen ’s avonds nog niet over naar het veld. Thuis wordt een 2-0 voorsprong tegen degradatiekandidaat Casa Pia knullig verspeeld. Maar op 25 november wacht Ajax-uit in de Champions League. Dat moet lukken.
© Ricus van der Kwast, november 2025
Dit artikel is ook verschenen in Argus, jaargang 9, nummer 211, 20 november 2025
